Bij de interne controle dien je te weten waar alle standaard knoppen en lichtjes voor dienen. Je kan voor de aanvang van de rit wat vragen krijgen over deze knoppen en/of lichtjes. Dus is het wel handig als je weet waar ze voor dienen. Bij de Tussentijdse toets hoef je nog niet persé de auto volledig te kunnen bedienen, maar bij jouw examen wel.

Dashboard:

Op de afbeelding hiernaast hebben wij de standaard lichtjes en meters aangegeven die in elke auto verplicht zijn. De andere lichtjes zijn voor de interne-controle niet belangrijk. Wij gaan deze onderdelen even stuk voor stuk behandelen.

Toerenteller:

De toerenteller houdt, zoals de naam al aangeeft de toeren bij die de motor maakt. Dat is belangrijk om er voor te zorgen dat je niet teveel toeren maakt voordat je doorschakelt (+/- 2000 a 2500 toeren per minuut). Als je te veel toeren maakt verbruik je teveel brandstof, wat weer niet goed is voor het milieu.

Kilometerteller: 

Geeft de aantal gereden kilometers aan.

Snelheidsmeter:

Uiteraard geeft deze meter aan hoe hard je rijdt

Brandstofmeter:

Ook deze meter is logisch. Deze geeft de hoeveelheid brandstof in de tank aan. 1 = vol, 0 = leeg

Controle lichtjes

Controlelampjes:

Van links naar rechts:

1. Motortemperatuur (normaal +/- 90 graden Celsius)
2. Oliepeil
3. Accucontrole
4. Remsysteem

Als 1 van deze lichtjes gaat branden MOET je meteen zorgen dat je veilig aan de kant van de weg komt en een monteur of hulp laat komen. NIET doorrijden.

 

WaarschuwingslichtenWaarschuwingslichten:

De waarschuwingslichten gebruiken we als wij langs de kant van de weg staan en het overige verkeer willen laten weten dat er mogelijk gevaar kan zijn. Bij pech of parkeren op een onoverzichtelijke plaats. Als de waarschuwingslichten aan staan bij pech is het niet verplicht om de gevarendriehoek te plaatsen. Uiteraard is het weer wel aan te bevelen als je op een onoverzichtelijke plaats staat (om een hoek of over een viaduct).

AchteruitkijkspiegelBinnenspiegel:

Een binnenspiegel is NIET verplicht als je aan allebei de kanten van jouw auto een buitenspiegel hebt. Als je een binnenspiegel hebt is het weer wel verplicht dat er een antiverblindingsstand op zit. Dit is een handeltje achter de spiegel, dat je omlaag kan klikken als er een andere weggebruiker achter je rijdt met groot licht aan in het donker. Trek je dan aan het handeltje, wordt je niet meer verblindt, maar kan je nog steeds zien wat er achter je gebeurt.

RichtingaanwijzerRichtingaanwijzer:

De handel voor de richtingaanwijzer zit links aan het stuur. Door deze handel omhoog te klikken geef je richting aan naar rechts en als je hem naar beneden klikt geef je richting aan naar links. De richtingaanwijzer gaat vanzelf weer op de neutraalstand als je de bocht door bent. Ook kan je met een draaiknop aan de richtingaanwijzer het licht regelen. Dit behandelen we in de les zelf.

RuitenwisserRuitenwisser:

De ruitenwisserhandel bevind zich rechts van het stuur en hiermee kan je zowel de ruitenwisser aan de voorkant als aan de achterkant mee bedienen. Hoe dat precies werkt is teveel om hier uit te leggen en behandelen we dan ook uitgebreid in de rijles. 

Geintje

Nog even een geintje dat de examinator wel eens uit haalt, is om te vragen waar de ruitenwisser of richtingaanwijzer zit. Dan geef jij meestal het antwoord door deze handel aan te wijzen. Maar de ruitenwisser en richtingaanwijzer zitten aan de buitenkant van de auto (ruitenwisser op de voorruit bv). Laat je hierdoor zeker niet van de wijs brengen en als je er aan denkt kan je dat antwoord ook geven 😉

 

Terug naar de voorpagina van de voertuigcontrole